Toepasbaar op: 
Windows 2000 server alle edities, Windows 2003 server alle edities, Windows 2008 alle edities, Windows 2000, Windows XP, Windows Vista en Windows 7.



Hoe:
Open een (administrator/elevated) command prompt, voor de ouderen, een DOS box; of pas dit toe in een login script.


 

Voorbeeld uit de praktijk:

Net use K: \\VolledigeFQDN-computernaam\Sharenaam /USER:Gebruikersnaam@domainnaam Wachtwoord /Persistent:Yes

Bovenstaande opdracht maakt een netwerkconnectie (K:) aan naar een server met een standaard (Service)gebruikersnaam en wachtwoord,
zomaar even direct als voorbeeldje zodat iedereen een idee heeft hoe dit commando werkt.

Wil je dit afschermen voor gebruikers zijn er verschillende manier om dit op de achtergrond te laten gebeuren,

of niet zichtbaar te laten zijn. Verpakken of ombouwen naar een .exe bestand kan natuurlijk ook.

Het wachtwoord staat in de startregel, je wilt niet dat iedereen dit altijd ziet. 


 

Alle opties op een rijtje:

net use [{DEVICE | *}] [\\COMPUTER\SHARE[\VOL]] [{PASSWORD | *}]] [/USER:[DOMAIN\]USER] [/USER:[DOTTEDDOMAIN\]USER] [/USER: [USER@DOTTEDDOMAIN] [/SAVECRED] [/SMARTCARD] [{/DELETE | /PERSISTENT:{yes | no}}]

net use [DEVICE [/HOME[{PASSWORD | *}] [/DELETE:{yes | no}]]

net use [/PERSISTENT:{yes | no}]



 

De opties nader besproken:
DEVICE : Wijst een naam toe aan de connectie. Er zijn 2 mogelijkheden, een diskmapping of een printer. Bij diskmapping wordt meestal D: tot en met Z: gebruikt en bij printers is dat LPT1: tot en met LPT3:. Indien de exacte driveletter niet vastligt of dynamisch is, type dan een sterretje (*) inplaats van de letter om de eerst vrij beschikbare te kiezen.

\\COMPUTER\SHARE : Geeft de computernaam en de sharenaam aan. Indien de computernaam spatie bevat moet er gebruikt gemaakt worden van de aanhalingstekens zowel voor als achter de computernaam, inclusief de backslahes ( \\ ) die eraan vooraf gaan. Een voorbeeld: "\\Computer Name\Share Name". Let er wel altijd op dat de maximale lengte van de computernaam 15 tekens mag zijn.

\VOL : Wijst naar een NetWare volume op de server. Dit wordt zelden meer gebruikt. Alleereerst moet er de Clent Service voor NetWare geinstalleerd zijn en bijna niemand gebruikt dit meer dus heel snel deze optie vergeten, we leven niet meer in 1990 tenslotte.

PASSWORD : Geeft het wachtwoord voor de opgegeven user op. Het is ook mogelijk de gebruiker zelf het wachtwoord te laten intypen. Geef als wachtwoord dan een sterretje op (*) het wachtwoord zal dan op het scherm worden gevraagd. Dat scherm blijft blank bij het intypen overigens, na het ingeven van een ENTER wordt er een aanmledpoging gedaan.

/USER : Geeft de gebruikersnaam ( meestal afwijkend van de aangelogde gebruik(st)er ) waarmee de connectie gemaakt moet worden. In de meeste gevallen zal dit een service account of iets dergelijks zijn.

DOMAIN : Verwijst naar een andere domeinnaam. Indien deze niet wordt opgegeven wordt het domein gebruikt waarmee de huidige gebruik(st) ingelogd is. Is de gebruik(st)er ingelogd op een systeem dat in een werkgroep zit, en moet er connectie naar een domeinshare gemaakt worden, dan dient deze optie altijd aanwezig te zijn. Het is ook altijd mogelijk om de domeinnaam samen met de gebruikersnaam op te geven, namelijk door als gebruikersnaam te gebruiken Gebruikersnaam@domeinnaam In dat geval is deze optie niet los of extra meer nodig.

USER : Geeft de gebruikersnaam weer maarmee connectie gemaakt moet worden. Uiteraard moet die wel rechten op de share hebben die benaderd wordt.

DOTTEDDOMAIN : Geeft de volledige domein naam ( FQDN ) waar het aanmeldaccount reeds bestaat.

/SAVECRED : Bewaard het wachtwoord voor een volgende keer.

/SMARTCARD : Geeft de connectie op waar de smartcard actief is en waar het wachtwoord vanaf gehaald moet worden. Indien er meerdere smart cards aanwezig zijn zal er een keuze op het scherm komen die zal vragen welke van de smart cards gebruikt moet worden.

/DELETE : Verwijderd een specifieke connectie. Indien een sterretje (*) wordt gebruikt, worden alle netwerkconnecties verbroken en verwijderd.

/PERSISTENT:{yes | no} : Deze optie zorgt ervoor dat een netwerkconnectie blijvend aanwezig is. De laatst gebruikte optie wordt de volgende keer standaard gebruikt.  Alle tijdelijk of los aangemaakte connectie zijn nooit blijvend aanwezig, tenzij deze optie gebruikt wordt. In het geval dat dus altijd een wachtwoord ingetypt moet worden, zal dus de NO hier gebruikt moeten worden, er zal dan altijd om een eachtwoord gevraagd worden op het scherm. Met de eerder genoemde /DELETE optie zijn netwerkconnecties weer te verwijderen.

/HOME : Deze optie verwijst standaard naar de (gemapte) Home directory van de gebruik(st)er.

net help command : Geeft alle opties voor dit commando weer op het scherm.



 

Let Op: Het maken/hernoemen en verwijderen van netwerkconnecties kan er toe leiden dat programma's niet meer goed werken en/of niet willen starten. Ga hier niet mee experimenteren zonder enige ervaring en zorg altijd voor een goede backup voordat grotere dingen, registers enz. worden gewijzigd.


Printscreen:
Niet aanwezig.

 

Disclaimer: Er is geen enkele garantie voor het gebruik van de bovenstaande informatie. Het publiceren/uitvoeren van deze tekst is geen enkele garantie en dient altijd vooraf goed bekeken te worden. Het volledige risico van het gebruik van deze tekst is voor de lezer(es)/gebruik(st)er. Schade veroorzaakt door acties naar aanleiding van dit artikel, of claims in elke vorm, kunnen dan ook niet behandeld worden. De webmaster van deze site waarborgt niet de accuraatheid en volledigheid van de inhoud van deze webpagina's. Elke vorm van aansprakelijkheid wordt uitgesloten.

 

 

Wednesday the 17th, July 2019. All rights reserved.. // Oostdam WebDesign